Anuli Croon
Siebe Thissen

EN sorry only in dutch



copyright Anuli Croon + Daria Scagliola Photograpy
detail / copyright Anuli Croon
Erasmus Galerij Rotterdam  Anuli Croon, Siebe Thissen Photography Daria Scagliola
copyright Anuli Croon + Daria Scagliola Photograpy
copyright Anuli Croon
copyright Anuli Croon
copyright Anuli Croon

NL



Erasmus Gallery Rotterdam

Anuli Croon   solo

8 nov 2021 - 1 april 2022


Openingsspeech Siebe Thissen, 11 november 2021 


Voor

Geachte genodigden, Anuli,


Het is een genoegen een openingswoordje te mogen spreken op deze expositie. Bijna twintig jaar lang heb ik gestudeerd en gewerkt in dit bastion van geleerdheid en modernisme. Dat ook beeldende kunst hier in de luwte mocht ontkiemen, drong destijds nauwelijks tot me door. Goed, ik kende het keramische gevelkunstwerk van Karel Appel boven de entree van het hoofdgebouw, maar dat was het wel zo’n beetje. Veel later, dankzij het tomeloze enthousiasme van Anne Clement-Van Vugt, adviseur Kunstzaken van de Erasmus Universiteit, ontdekte ik hoeveel beeldende kunstenaars uit de tijd van de wederopbouw beelden en schilderingen hebben nagelaten tot in de diepste krochten van deze universiteit. Cor van Kralingen bijvoorbeeld, en Bouke IJlstra, Dick Elffers, Ger van Iersel, Piet van Stuijvenberg, Han Rehm, Charlotte van Pallandt, Lucebert. Illustere namen die ons vertrouwd in de oren klinken omdat ze het grijze, geometrische, naoorlogse Rotterdam kleur, smoel en wat schwung hebben gegeven. De opvatting dat kunstenaars moeten worden betrokken bij de ontwikkeling van een gebouwde omgeving heeft hier stevig postgevat. Nog altijd schrijft de Erasmus Universiteit opdrachten aan kunstenaars uit. Net als de stad verkeert een universiteit in een permanente staat van verandering en transitie. Wie goed om zich heen kijkt, ontdekt dan ook werk van Henri Jacobs, Charlotte Schleiffert, Hans Citroen, Luuk Bode, Paul Cox, Willem Oorebeek, Barbara Helmer, Kathrin Schlegel en vele anderen.  


Ook deze Erasmus Gallery is een voorbeeld van dat uitgelezen beleid. Studenten en docenten kunnen op ongedwongen en laagdrempelige wijze kennisnemen van ontwikkelingen in het domein van de beeldende kunst (als je tenminste niet de pech hebt hier net op collecties van bronzen penningen te stuiten, een traditie die teruggaat op de tijd dat de EUR nog een Economische Hogeschool was). De Gallery toont kunstenaars van wie onlangs werken voor de universiteitscollectie zijn aangekocht of voor wie de kunstcommissie bijzondere belangstelling toont. En vandaag is dat Anuli Croon.


Kunstcritici en curatoren lijken Anuli’s werken op de tast te definiëren. Haar schilderingen worden in verband gebracht met reclame-uitingen en volkskunst, met strips en cartoons, met graffiti en straatkunst, met de grafische vormgeving van visuele informatie. Daarom is haar werk zo geschikt voor de openbare ruimte: Anuli heeft geen angst voor maat en schaal, verkiest de grote gebaren, lijkt geen tijd te verspillen aan al te veel detaillering, haar kleurgebruik is weelderig en exorbitant, lekker fel ook, en we worden geconfronteerd met herkenbare voorstellingen en archetypische levensvormen: een hoofd, een neus, een tronie, een hand, een lijf, een plant, en boom, een flatgebouw, een paard zelfs, een dolfijn, een haaienbek, een hond, een vogel. 


Maar wie zijn die figuren? Wat doen ze hier? Wiens hoofden, lijven, neuzen en handen zien we? Verwijzen ze naar echte mensen of zijn het abstracties? Sommige schrijvers hebben Anuli’s personages en tronies ‘verontrustend anoniem’ genoemd. Ik ben het daar niet mee eens. Ik zie mezelf, de ander, elkaar, niks anonimiteit, ik zie onze eigen diersoort, maar voel ook menselijkheid, warmte, geborgenheid, empathie - een verbijsterend optimisme in een tijd van crisis en twijfel. Er is hoop voor Homo sapiens. Haar voorstellingen zijn bovendien relationeel en getuigen van interesse. Hoe verhouden wij ons tot elkaar en tot de wereld. 


In een reusachtige schildering, aangebracht in het militair ziekenhuis te Utrecht, rust een archetypische Anuli Croon-hand op de schouder van een even archetypisch Anuli Croon-personage. Zelden werden noties als ‘geruststellen’, ‘nabij zijn’ en ‘zorg’ - toch belangrijke kwaliteiten van een ziekenhuis - zo eenvoudig en zo treffend weergegeven, en toch zo autonoom in één uitgebalanceerd kunstwerk gevangen.


Even sterk is Anuli’s werk voor het Citizen M-hotel in Rotterdam. Zonder haar figuratieve vormenspel (opnieuw met kleurrijke tronies, torso’s, neuzen, armen en handen) zou het hotel niet meer dan een schamel logement zijn, nauwelijks opgemerkt door toeristen. Nu vergapen ze zich buiten door de glazen vensters, in de hoop een glimp van haar werk op te vangen. Handen liggen hier niet op schouders, maar overal waar je handen ziet, zijn ze op het hart van de torso’s gedrukt. ‘Fawaka’, zegt het interieur. ‘Hoe gaat het met je?’ Dit is toch een fraai staaltje van interieurarchitectuur, een hartelijk welkom, mooi uitgelicht door het hotel. Deze aandrift roept herinneringen op aan de Rotterdamse meester van de wederopbouw, Louis van Roode, die in de jaren vijftig het Zuiderziekenhuis en de Olvehflat aan de Lijnbaan op eenzelfde manier kleur en identiteit gaf. 


Midden in de lockdown van het covidjaar 2020 maakte Anuli een mural in de Zwarte Paardenstraat. Ik volgde dat proces van dichtbij, nou ja, op anderhalve meter. Het werk heeft opnieuw onmiskenbaar Anuli’s handschrift: het is een feest van kleur, grote vlakken, tronies en altijd weer die handen en neuzen. Nadat ze haar laatste penseelstreek had gezet, steeg er een luid applaus en gejuich op vanaf de vele balkons in de straat. Iedereen was immers thuis – aan het werk of werkloos, depressief of gelukkig. Deze uitbarsting van euforie was, voor mij, een van de meest ontroerende momenten van de corona-lockdown van 2020. Elders in het land werd geapplaudisseerd voor zorgmedewerkers, maar in de wijk Cool werd de kunst een aubade gebracht. Het rumoer trok kinderen en jongeren aan. Uiteindelijk maakte de politie een eind aan de illegale samenscholing. Een onvergetelijk moment.    


Vandaag, in de Erasmus Gallery, toont Anuli fragmenten en episodes uit haar groeiende oeuvre. Dit werk fascineert mij enorm. Ik ben benieuwd hoe u naar deze werken kijkt en welke vragen ze bij u oproepen. 


Ik stel me voor dat Anuli’s tekeningen over duizenden jaren worden gevonden in de ruïnes die we hebben achtergelaten. Ergens halverwege de volgende ijstijd ofzo. Hoe zullen ze worden geïnterpreteerd? Welke betekenis krijgen ze toegekend? Wat zullen haar tronies en handen onze verre nakomelingen op een dag vertellen? Empathie, vergiffenis, nabijheid? Of, omdat we vanuit de peilloze verte terugkijken naar dat verdwenen heden, tragiek, medelijden, zelfbeklag? Ook ik boog me niet lang gleden over de aard van haar werk. Die onderneming resulteerde in het kortste essay dat ik ooit schreef. Daar zou ik mee willen besluiten.  


Pats! Na de klap duizelen nog slechts de kleuren. Als dub uit de echokamer. Zien we zojuist ontdekte rotsschilderingen, ontsnapt uit een onbekend scheppingsverhaal, op drift geraakt in de tijd, bedoeld om de goden te verwelkomen? De herkenning is totaal - dit zijn wij. Maar we herkennen ook het toeval, de onopzettelijkheid, de willekeur. Zijn wij dit ook? En vlak voordat de twijfel ons humeur verpest zijn daar die kleuren. Groter, helderder, beter (dan wij). Pats!



© Siebe Thissen