Landa van Vliet

GOETHE INSTITUT Rotterdam  

Friday JUNE 7, 2019


BLAK by Landa van Vliet



- coming soon -






 

Opening Speech by Landa van Vliet _ photography by Marieke van der Lippe

Openingswoord Übergangsweise IX Goethe-Institut 7 juni 2019 Rotterdam.


AppendiX Grafiek, een groep samenwerkende kunstenaars, verenigd in een stichting, heeft deze keer in de serie Übergangsweise Anuli Croon uitgenodigd.


Welkom, Anuli, Welkom in het Goethe-Institut beste mensen!


1 1/2 jaar geleden; wij lopen op een Schots eiland naar het volgende dorp met bed. Het zal een lange wandeling worden, 28 km zeker, moeilijke route zegt de landkaart. We bevinden ons in een weids landschap; westelijk de zee, oostelijk het land, in de lucht hangt een zacht wolkje. Verten. Al turend weet ik me de kaart te herinneren en zo mijn bewegingen op de rand van dit land te plaatsen. Kijk je recht vooruit dan zie je antraciet, in allerlei variaties, kleine hoogteverschillen, donkerte, spiegelingen en abrupte afbrekingen. Het lijkt of het pad daar in de verte ophoudt. Het water tussen de rotsen is blak. Ja: blak. Ik ken het woord dankzij Anuli. Stilstaand water, rimpelloos, windstil, doodstil, kan blak genoemd worden.


De topografische kaarten wil ik vergelijken met de landschappen van schilder, tekenaar, muralist AC. De landkaart die ons over het eiland helpt is een stilering van tekens, kleuren en patronen; als een werk van AC? Nee, dit heeft een legenda. Een kaart kent uiteraard geen afsnijdingen en composities. De kaart volgt de wereld. Zoniet de kaarten van AC; haar landschappen volgen haar geestelijke wandel/zoektocht, met verspringend perspectief, van binnen naar buiten en van horizon naar weerspiegeling, omkeerbaar zelfs. 

Je kunt met je ogen langs haar werk roetsjen, haasten, je kunt het rustig aftasten, je kunt er als op een topografische lappendeken een route op uitstippelen.


AC schildert, tamponeert, plakt af, trekt lijnen, brengt ritmes, kleuren en patronen aan met verfrollers en penselen, contrasterend, summier, dan weer vol. Er groeien patronen, levenspatronen, landschappen en mensfiguren. Ze wil controle over de beweging houden, maar ook van alles toestaan! Daarom plakt ze af en toont het detail van de verfroller voor een levendig oppervlak. Haar werk beweegt aan de binnenkant van de hersenpan en flakkert naar buiten, heen & weer. Knipper niet te hard, want het beeld verandert zó.


Door stilering, verschuivingen, kleurovergangen ontstaat beweeglijkheid, die lijkt op het turen door je wimpers. Wat ik zie lijkt geheimzinnig en gevaarlijk, of toch lieflijk? Alles beweegt, of je nu intensief of slap kijkt, het lijkt een film uit de twintiger jaren, schokkerig, brutaal met kwinkslag. Is dat waar AC op uit is: verschillende connotaties oproepen, de kijker verrassen, verhalen uitlokken? De schilder moge de volledige controle over het beeld hebben, maar heeft die dat ook over zichzelf? Je schildert uiteindelijk wat je kan, niet wat je niet kunt – of kent. 


Ze vertelt in het atelier: Het schilderij = onderzoek, stramien op de natuurlijke zwarte ondergrond, hier kan ik al schilderend improviseren. Werk op papier daarentegen is bedachtzaam, uitgekiend, vooruit gewerkt, zoekend naar restruimte en kleurscheiding op een natuurlijke witte ondergrond.  

Als een story-board voor de doeken, vraag ik? Als een opmaat voor de muurschilderingen? Het gesprek stokt even. 


AC bestrijkt het klassieke arsenaal van de schilderkunst in een eigen illusoire stijl, onwerkelijk, verdicht, met oog voor vrolijk makende tegenstrijdigheden. Hier in de tentoonstelling zien we een kleine selectie:

*Landschappen op doek; tijdloos, verstild; uitnodigend èn duister.

*Stillevens op papier; pot, plant, blad met de door haarzelf opgelegde strenge beperkingen, zoals bv 3 onderdelen in 3 kleuren gebruiken, balancerend tussen restruimte en vorm. 

*Statieportretten op doek en muurschilderingen; forse mensfiguren, dicht tegen elkaar, vaak getweeën in koddige houdingen met humoristische– gelaten koppen, in architectonische ruimtes, met veel verspringende patronen. Liefde? Macht, in het stadsleven?

*Portretten, tronies genoemd, met een fikse bos haar, neus en oogjes, die je indringend aankijken èn jouw blik ontwijken. Soms kolderiek.


Keer op keer word ik bestookt: aangetrokken– teruggeworpen, verleid– afgestoten. 

Wat gebeurt hier? De vraag klapt terug via het doek. Sfeer wordt vorm, vorm wordt sfeer.


Sinds kort weet ik dankzij een documentaire over de aarde in het heelal dat astronomisch gezien alles en iedereen, de boom, de pot, de mens, uit sterrenstof zijn ontstaan en weer tot sterrenstof zullen vergaan. 

Dat gevoel van tussentijd, weet AC op te roepen; de tijd is rekbaar. Zij beschrijft het op doek. De legenda van haar schilderij zijn wij.




© Landa van Vliet

    mei- juni 2019