Anuli Croon
Landa van Vliet
Opening Speech by Landa van Vliet _ photography by Marieke van der Lippe

EN


Opening speech Übergangsweise IX Goethe Institut 7 June 2019

Anuli Croon: 'No man is an island'


AppendiX Grafiek, a group of cooperating artists united in a foundation, has this time invited Anuli Croon as a contributor in the series Übergangsweise.


Welcome, Anuli, welcome, dear people, to the Goethe Institut!


Some 18 months ago, in a Scottish island; we're walking to the next village with a B&B. It's going to be a long walk, at least 28 kilometres – 'strenuous' is the word in the map. We find ourselves in a vast landscape; the sea to the west, the mainland to the east; a cloudy puff in the sky. Vistas. Gazing into the distance I call the map back to mind so as to place my movements on the edge of this country. When you look straight ahead you see anthracite, in all kinds of variations, small differences in height, darkness, reflections and abrupt interruptions. It looks as if the path stops right there, in the distance. The water among the cliffs is 'blak' – yes, 'blak'. I know that word thanks to Anuli. Stagnant water, unruffled, calm and smooth, you can call 'blak'.


I could liken the ordnance survey maps to AC's landscapes – her paintings, drawings and murals. The map that helps us roam the island is a stylization of signs, colours and patterns – just like a work by AC? No, the map has a legend, a key to the symbols. And a map, obviously, has no cut-offs and compositions. The map follows the world. Unlike AC's maps, because her landscapes follow her spiritual hike-cum-search, with staggered perspectives, from inside to outside and from horizon to reflection, even the other way around.  

You can whizz along her work with your eyes, you can explore it at your leisure, you can map out a route as if it were a topographical quilt.   


AC paints, stipples, masks, draws lines, applies rhythms, colours and patterns with rollers and brushes, contrasting, now summarily and then fully. Patterns are growing, patterns of life, landscapes and human figures. She wants to keep the movement under control, but at the same time allow scope to anything. That's why she masks and tapes up, showing the detail of the roller for a lively surface. Her work is moving on the inside of the skull, fluttering outside, to & fro. Don't flutter too fast, because the image changes before you know it. 


Stylization, shifts and colour transitions cause a certain nimbleness that reminds you of looking through your lashes. What I see looks mysterious and dangerous ... or charming after all? Everything's moving, whether you look carefully or casually, calling to mind a movie from the twenties, jerky, tongue-in-cheek. Is this what AC aims for: call forth associations, surprise the viewer, elicit stories? The painter may be in full command of the image, but does that include her own? You paint what you can, after all, not what you can't – or don't know.         


In her studio she tells me: the painting = research, pattern on the natural black field; this is where I can improvise while painting. Work on paper, on the other hand, is cautious, sophisticated, prepared, means searching for remaining space and the dividing lines between colours on a natural white field.    

Like a story board for the canvases, I ask? Like a prelude to the murals? The conversation flags for a moment.  


AC covers the traditional repertory of painting in an individual illusory style, unreal, fictitious, alive to hilarious inconsistencies. In this exhibition you'll find a small selection: 

*Landscapes on canvas – timeless and stilled; inviting as well as dark. 

*Still lifes on paper – pot, plant, leaf, with the self-imposed strict limitations, like using three items in three colours, balancing between remaining space and form.   

*Official portraits  on canvas and in murals; sturdy human figures, close together, often two of them in droll positions with funny, resigned features, in architectural spaces with many staggered patterns. Love? Power, in city life? 

*Portraits called 'tronies' (mugs'), with a large head of hair, nose and eyes, which look at you with a penetrating gaze, at the same time evading your glance. Crazy, at times.                


Time and again I'm being harassed, attracted, thrown back, seduced, repelled. What is going on here? The question bounces back via the canvas. Atmosphere becomes form, form becomes atmosphere.   


For a short time now – thanks to a documentary about the planet earth in the universe – I've been aware that everything and everyone, the tree, the pot, man, has originated from stardust and will one day turn to stardust again. AC manages to evoke that sense of 'between times' – time is a broad notion. She paints it on canvas. The legend on the painting, that's us.   




© Landa van Vliet

    May/June 2019




Translation NL > EN by Gerard van den Hooff





NL


Openingswoord Übergangsweise IX Goethe-Institut 7 juni 2019 Rotterdam.

Anuli Croon: 'No man is an island'


AppendiX Grafiek, een groep samenwerkende kunstenaars, verenigd in een stichting, heeft deze keer in de serie Übergangsweise Anuli Croon uitgenodigd.


Welkom, Anuli, Welkom in het Goethe-Institut beste mensen!


1 1/2 jaar geleden; wij lopen op een Schots eiland naar het volgende dorp met bed. Het zal een lange wandeling worden, 28 km zeker, moeilijke route zegt de landkaart. We bevinden ons in een weids landschap; westelijk de zee, oostelijk het land, in de lucht hangt een zacht wolkje. Verten. Al turend weet ik me de kaart te herinneren en zo mijn bewegingen op de rand van dit land te plaatsen. Kijk je recht vooruit dan zie je antraciet, in allerlei variaties, kleine hoogteverschillen, donkerte, spiegelingen en abrupte afbrekingen. Het lijkt of het pad daar in de verte ophoudt. Het water tussen de rotsen is blak. Ja: blak. Ik ken het woord dankzij Anuli. Stilstaand water, rimpelloos, windstil, doodstil, kan blak genoemd worden.


De topografische kaarten wil ik vergelijken met de landschappen van schilder, tekenaar, muralist AC. De landkaart die ons over het eiland helpt is een stilering van tekens, kleuren en patronen; als een werk van AC? Nee, dit heeft een legenda. Een kaart kent uiteraard geen afsnijdingen en composities. De kaart volgt de wereld. Zo niet de kaarten van AC; haar landschappen volgen haar geestelijke wandel/zoektocht, met verspringend perspectief, van binnen naar buiten en van horizon naar weerspiegeling, omkeerbaar zelfs. 

Je kunt met je ogen langs haar werk roetsjen, haasten, je kunt het rustig aftasten, je kunt er als op een topografische lappendeken een route op uitstippelen.


AC schildert, tamponeert, plakt af, trekt lijnen, brengt ritmes, kleuren en patronen aan met verfrollers en penselen, contrasterend, summier, dan weer vol. Er groeien patronen, levenspatronen, landschappen en mensfiguren. Ze wil controle over de beweging houden, maar ook van alles toestaan! Daarom plakt ze af en toont het detail van de verfroller voor een levendig oppervlak. Haar werk beweegt aan de binnenkant van de hersenpan en flakkert naar buiten, heen & weer. Knipper niet te hard, want het beeld verandert zó.


Door stilering, verschuivingen, kleurovergangen ontstaat beweeglijkheid, die lijkt op het turen door je wimpers. Wat ik zie lijkt geheimzinnig en gevaarlijk, of toch lieflijk? Alles beweegt, of je nu intensief of slap kijkt, het lijkt een film uit de twintiger jaren, schokkerig, brutaal met kwinkslag. Is dat waar AC op uit is: verschillende connotaties oproepen, de kijker verrassen, verhalen uitlokken? De schilder moge de volledige controle over het beeld hebben, maar heeft die dat ook over zichzelf? Je schildert uiteindelijk wat je kan, niet wat je niet kunt – of kent. 


Ze vertelt in het atelier: Het schilderij = onderzoek, stramien op de natuurlijke zwarte ondergrond, hier kan ik al schilderend improviseren. Werk op papier daarentegen is bedachtzaam, uitgekiend, vooruit gewerkt, zoekend naar restruimte en kleurscheiding op een natuurlijke witte ondergrond.  

Als een story-board voor de doeken, vraag ik? Als een opmaat voor de muurschilderingen? Het gesprek stokt even. 


AC bestrijkt het klassieke arsenaal van de schilderkunst in een eigen illusoire stijl, onwerkelijk, verdicht, met oog voor vrolijk makende tegenstrijdigheden. Hier in de tentoonstelling zien we een kleine selectie:

*Landschappen op doek; tijdloos, verstild; uitnodigend èn duister.

*Stillevens op papier; pot, plant, blad met de door haarzelf opgelegde strenge beperkingen, zoals bv 3 onderdelen in 3 kleuren gebruiken, balancerend tussen restruimte en vorm. 

*Staatsieportret-ten op doek en muurschilderingen; forse mensfiguren, dicht tegen elkaar, vaak getweeën in koddige houdingen met humoristische– gelaten koppen, in architectonische ruimtes, met veel verspringende patronen. Liefde? Macht, in het stadsleven?

*Portretten, tronies genoemd, met een fikse bos haar, neus en oogjes, die je indringend aankijken èn jouw blik ontwijken. Soms kolderiek.


Keer op keer word ik bestookt: aangetrokken– teruggeworpen, verleid– afgestoten. Wat gebeurt hier? De vraag klapt terug via het doek. Sfeer wordt vorm, vorm wordt sfeer.


Sinds kort weet ik dankzij een documentaire over de aarde in het heelal dat astronomisch gezien alles en iedereen, de boom, de pot, de mens, uit sterrenstof is ontstaan en weer tot sterrenstof zal vergaan. Dat gevoel van tussentijd, weet AC op te roepen; de tijd is rekbaar. Zij beschrijft het op doek. De legenda van haar schilderij zijn wij.




© Landa van Vliet

    mei-juni 2019