Vera Illés

ANULI CROON

Neckerchief by Vera Illés

 

The first time I visited Anuli Croon's studio was over a year ago. It was also my first introduction to her work, which surprised me but looked familiar at the same time.

Her colourful, tautly structured paintings and prints called to mind a repertory of signs, images and impressions stored in my memory - and in that of others, no doubt. In retrospect, this explains my sense of affinity. Anuli Croon yields up her sources of inspiration generously. I saw suggestions of art and primitive art from far and near, of comic characters and advertising, of household items and textile patterns or of universal symbols for gestures and body language. To me, the accessibility of her art was in the recognizability of her idiom.

On the face of it, this appealing intelligibility, enhanced by the lucid structure that allows insight into the stratification of the compositions, conveys an idea of accessibility. Of art that you can simply enjoy by using your eyes to best advantage.

 

On closer consideration, however, other signs pop up: of mysteriousness, ambiguity. Does the figure in the series 'Mug & city' wrap his arms around another figure to protect, or to cherish, him? Or is it exactly the reverse: a kind of hostile stalking, subjection? Is that raised hand a friendly greeting or an authoritarian sign meaning 'Stop!'? And are the 'Mugs' just funny figures, walked right out of a comic strip, or are they up to something?

The word 'mug' is ambiguous as it is. Usually it refers to an ugly, unsympathetic face. But the mugs are too schematic to fit into that picture; you cannot definitely describe them as ugly. The variation is in all their different attitudes and colours from soft to dark, from cheerful to gloomy.

Or is it more likely that 'mug' refers to the ancient custom in art to depict 'characters' by way of practice? In various paintings and reproductions of her large public works I see Anuli pop up suddenly as a 'mug', the same way that Rembrandt often used himself as a model for his 'mugs'. I recognize her by the contours of her hair and the neckerchief that she wears on occasion.

 

I look at the city fragments and first notice the colourful whirl of geometric patterns. On reflection, however, the majority of these paintings betray a claustrophobic inner world, hermetically isolated from the objective world. Behind latticework a black forest or a dark sky looms up. Outside, danger threatens and inside you are cooped up.

 

All those seemingly opposite qualities of openness and mysteriousness, of decorative playfulness and profundity are also retained in her monumental commissioned works. These are primarily found in Rotterdam, in semi-public spaces that you do not visit on a whim to have another good look and discover new things again and again in the wealth of colour and meaning.

 

I only hope that if I live to see it, Anuli Croon is also asked to make a large wall or window in my old people's home. It would certainly cheer me up and enlarge my by then shrunken world.

 

Vera Illés

 

(Budapest, 1945) is a journalist who works and lives in Amsterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

translation

Gerard van den Hooff 2015

 

 

Halsdoek door Vera Illés

 

Ruim een jaar geleden kwam ik voor het eerst in het atelier van Anuli Croon. Dat was ook mijn eerste kennismaking met haar werk dat mij verraste, maar me tegelijkertijd vertrouwd voorkwam.

Haar kleurrijke, strak vormgegeven schilderijen en prenten boorden, zo kon ik dit gevoel van affiniteit later verklaren, een arsenaal aan van tekens, beelden en indrukken, dat in mijn geheugen – en zeker ook in dat van veel anderen ­ is opgeslagen. Gul geeft Anuli Croon haar beeldbronnen prijs. Ik zag verwijzingen naar kunst en volkskunst van dichtbij en van ver, naar stripfiguren en reclame, naar gebruiksvoorwerpen en stofpatronen of naar universele symbolen voor gebaren en lichaamstaal. In de herkenbaarheid van haar beeldtaal lag voor mij de mogelijkheid van direct contact met haar kunst.

Deze uitnodigende verstaanbaarheid, nog eens versterkt door de heldere opbouw die de gelaagdheid van de composities inzichtelijk maakt, wekt in eerste instantie de indruk van toegankelijkheid. Van kunst waar je simpel van kunt genieten door je ogen de kost te geven.

 

Bij nadere beschouwing duiken andere signalen op: van raadselachtigheid, dubbelzinnigheid.

Slaat die figuur in de serie 'Tronie & stad' zijn armen om een andere figuur heen ter bescherming, koestering? Of juist het tegenovergestelde: is het een vijandig naderbij sluipen, onderwerping? Is die opgeheven hand daar een vriendelijke begroeting of een autoritair gebaar dat 'Halt !' roept? En zijn de 'Tronies' enkel grappige figuren, weggelopen uit een strip, of voeren ze iets in hun schild?

Het woord 'tronie' is al dubbelzinnig. Meestal betekent het een lelijk, onsympathiek gezicht. Voor die omschrijving zijn de tronies te schematisch, ze zijn niet per se als lelijk te betitelen. De variatie zit in hun verschillende houdingen en kleuren van zacht tot donker, van vrolijk tot somber.

Of zou 'tronie' eerder verwijzen naar een oud gebruik in de kunst om bij wijze van oefening 'types' uit te beelden? In verschillende schilderijen en reproducties van haar grote openbare werken zie ik ineens Anuli als 'tronie' opduiken, zoals Rembrandt voor zijn 'tronies' vaak zichzelf als model heeft gebruikt. Ik herken haar aan de contouren van haar haar en het halsdoekje dat ze wel eens draagt.

 

Ik kijk naar de stadsfragmenten en zie eerst de kleurrijke werveling van geometrische patronen.

Op het tweede gezicht pas toont het merendeel van deze schilderijen een claustrofobische binnenwereld, hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Achter een rasterwerk doemt een zwart bos of een donkere hemel op. Buiten dreigt gevaar en binnen zit je opgesloten.

 

Al die schijnbaar tegengestelde kwaliteiten van openheid en geheimzinnigheid, van decoratieve speelsheid en diepzinnigheid, behouden ook de monumentale werken die zij in opdracht heeft gemaakt. Die zijn voornamelijk in Rotterdam te zien in semi­publieke ruimtes waar je niet zomaar langsgaat om ze vaker te bekijken en telkens iets nieuws te ontdekken in de weelde van kleur en betekenis.

 

Nu hoop ik maar dat wanneer ik heel oud word Anuli Croon ook in mijn bejaardenhuis een grote wand of raam mag maken. Het zou mij zeker troosten en mijn dan gekrompen wereld groter maken.

 

Vera Illés

 

(1945 Boedapest) is journalist, woont werkt in Amsterdam.