Dees Linders

WIND'S UP by Dees Linders

 

The owner of the studio is leaving - the visitor is entering. There is a somewhat hesitant good-bye on the doorstep, as if the changing of places of the two, maker and viewer, is rearranging everything inside. And that's what is going to happen: there is no way the maker can direct the degree to which the viewer and the painting make off with each other. On my request, Croon allowed me to pace up and down her studio for a few hours.

 

There are mouths, hands and eyes all over the place. Thatches of hair are left to dry on the banister and noses like well-designed doorknobs are hanging over the cupboard, next to rows of stencils for various purposes. There are no ears, legs and feet. Croon’s studio is a catwalk of shapes, caricatural human figures - at hip level - and decorative patterns, together forming an intriguing web. When in a busy city you zoom out on the total, you see a similar thing. People, buildings and sounds are turning into an immensely lively pattern until you bring your focus back on meaning. So it is not surprising that Croon prefers to photograph her canvases with someone standing in front who is drawn into the painting because of his or her clothing; this way the painting finds its way into our day-to-day life.

The drawing ‘Room with a view’ looks like a caricature of this impossibility that she tries to make possible. The person in the 'room' cuts his 'view' from the suit he's wearing - and from his view, the wallpaper, he cuts his suit and thereby his identity, The Prisoner. Who or what forms whom or what?

 

'Wind's up, V’. Left across right, right across left, inserting, foreground, background, pulling underneath, picking up: a complex decorative pattern, and yet 'The Lamentation' is never far away in 'Wind's up'. This group of desperate figures mourning over the body of Christ is one of the most moving compositions from the late Gothic age and early Renaissance. Croon is extremely indebted to this period in the history of painting.

In the composition, monumental trunks are figure, floor and background, arms and noses are signposts; while the hair gets blown up and the film strips with a cityscape in the background are moving at different speeds. The forms, colours, light, matt, shining, paint and illusion. The three groynes of the figures unite the composition into a scene. The formidable trunk of The One Blown Off His Feet rises like a wall. His left arm is hanging round the neck of Yellow, who seems to be carrying him. Red Smock is startled and reaches for the right hand of The One Blown Off His Feet. Deathly green (if you like) is that hand, while sky blue arms and grey hands keep a tight grip on startled Red. Red Smock has a white thatch of hair on the head and a silvery knob for a monumental conk. Yellow Smock, with a groyne of grubby green-beige, a big conk and quick eyes, holds the composition and everyone. He looks out of the picture and shows us the The One Blown Off His Feet, who is turned over toward us. The spotted pattern of his blouse - cream-grey little balls covered with aluminium paint in their turn covered with a film of translucent balls - makes the eye of the beholder stray. The steady trunk dissolves, carrying the viewer away from the scene to the lit-up dark motorway that whizzes past in film strips from left to right and from top to bottom.

After which the viewer realizes in wonderment that he adopts the expression of the groynes and lets himself be carried away by the gestures of solace and friendship that add a sense of calvary to Croon's canvases.

 

Dees Linders

 

Arthistorian, Artistic director Sculpture International Rotterdam (SIR) | Centre of Visual Art (Centrum Beeldende Kunst CBK) Rotterdam.

 

 

HET WAAIT door Dees Linders

 

De eigenaar van de studio stapt naar buiten – de gast gaat naar binnen. Het is een wat weifelend afscheid op de drempel, alsof de wisseling van de twee, maker en kijker, de boedel binnen aan het schuiven brengt. En dat gaat gebeuren, de maker kan de mate waarin de kijker en het schilderij met elkaar aan de haal gaan niet regisseren. Op verzoek mocht ik een paar uur zonder Croon door haar studio ijsberen.

 

Overal liggen monden, handen en ogen. Plakken haar drogen aan de trapleuning en over de kast hangen neuzen als goed gedesignde deurknoppen, naast rijen sjablonen voor het een en ander. Oren, benen en voeten zijn er niet. Croon’s studio is een catwalk van vormen, karikaturale menstypes -vanaf heuphoogte- en decoratieve patronen die samen een intrigerend weefsel vormen. Als je in een drukke stad uitzoomt op het totaal zie je iets dergelijks. Mensen, gebouwen en geluiden worden tot een immens beweeglijk patroon, tot je weer focust op betekenis. Het verbaast dan ook niet dat Croon haar doeken het liefst fotografeert met iemand ervoor die door zijn of haar kleding ín het schilderij getrokken wordt; het schilderij komt daardoor het leven van alledag binnen.

De tekening ‘Room with a view’ lijkt wel een karikatuur van deze onmogelijkheid die zij mogelijk probeert te maken. De bewoner van de ‘room’ knipt zijn ‘view’ uit het pak dat hij aan heeft - en uit zijn uitzicht, het behang, knipt hij zijn pak en daarmee zijn identiteit, De Gevangene. Wie of wat vormt wie of wat?

 

’t Waait, V’. Links over rechts, rechts over links, insteken, voorgrond, achtergrond, onderdoor trekken, ophalen: een complex decoratief patroon, en toch is in ‘t Waait’ ‘De Bewening’ niet ver weg. Deze groep wanhopige figuren rondom de dode gekruisigde Christus, is één van de meest ontroerende composities uit de schilderkunst van de Late Gotiek en Vroege Renaissance. Croon is fors schatplichtig aan deze periode in de schilderkunst.

Monumentale rompen zijn figuur, vloer en achtergrond, armen en neuzen richtingaanwijzers in de compositie; terwijl het haar waait en de filmstroken met stedelijk landschap op de achtergrond in diverse snelheden bewegen. Over het doek schuiven de vormen, kleuren, licht, mat, glimmend, verf en illusie. De drie paalhoofden van de personages verbinden de compositie tot een scène. De formidabele torso van De Omgewaaide rijst als een muur omhoog. Zijn linkerarm hangt om de nek van Geel die hem lijkt te dragen. Rood Jak schrikt en grijpt naar de rechterhand van De Omgewaaide. Lijkkleur groen (zo je wil) is die hand, terwijl hemelsblauwe armen en grijze handen schrikkend Rood stevig omknellen. Rood Jak heeft een witte plak haar op t hoofd en een zilver glimmende knop als monumentale gok. Geel Jak, met een paalhoofd van een groezelig groenbeige, een grote gok en snelle ogen, houdt de compositie en iedereen vast. Hij kijkt uit beeld en toont ons de naar ons gekantelde Omgewaaide. Het bolletjespatroon van de blouse van De Omgewaaide -crèmig grijze bollen overdekt met aluminiumverf, weer overdekt met een vlies van doorschijnende bolletjes- zet het oog van de toeschouwer aan het dwalen. De stabiele romp lost op en voert de kijker weg van de scene naar de verlichte donkere snelweg die in filmstroken van links naar rechts en van boven naar beneden voorbij raast.

Waarna de kijker verbaasd beseft dat hij de uitdrukking van de paalhoofden overneemt en zich mee laat voeren door de gebaren van troost en vriendschap die veel doeken van Croon iets smartelijks meegeven.

 

Dees Linders

 

Hoofd Programma Sculpture International Rotterdam (SIR) | Centrum Beeldende Kunst (CBK) Rotterdam.