Anuli Croon

ANULI CROON

My paintings and works on paper show constructions that represent figures, interiors and parts of cities as autonomous identities.

 

The figures as well as the urban fragments are composed of an assemblage of visual elements of different origins.

 

In a painting I always take my departure from varying viewpoints/perspectives. This way the paintings are becoming constructions that are open to several interpretations. The body shapes, noses and hands are stylized, the ambient features are made up of evenly looking planes and patterns.

 

In my work I aim to combine different viewpoints in order to achieve a convincing picture. Basically everything is equally important and weighs equally heavily. I make no distinction in terms of time or style: classical, modern, folk art, fashion, textiles, architecture, art, comic strips - anything that comes to mind crystallizes out and I force it together in paintings to give it an individual identity.

 

My influences are diverse:

Giotto, Rogier van der Weijden, Cranach, Holbein, Zurburán, Malevich, Lichtenstein, Permeke, Jean Brusselmans, Hendrik Werkman, Philip Guston, Saul Steinberg, Yrrah; the rhythm in the work of Alvar Aalto, designs and toys by Charles & Ray Eames and Alexander Girard (the Eames couple as well as Girard collected folk art); applied art and folk art ; tapestries and textiles from various times and cultures; posters and book covers.

 

These influences have fostered my imagery and strengthened me in my ambition to find what I was looking for. My paintings relate to a crystallized reality, but not in the form of a story. It is rather a matter of interrupted narratives and

connotations that resound in the space. The viewers can wander among the various painted layers, or via the tangent planes where the layers converge.

 

In the paintings there is no centre; everything seems equally important.

They are intangible puzzles that do not allow repetition or unambiguous explanations. This way the paintings are becoming lucid and autonomous constructions that are open to several interpretations.

 

Material / transformation

I make my paintings as well as my works on paper (including those in copies) with the help of paint rollers, small brushes, Scotch tape, ruler, home-made stencils and stamps. For materials I use gesso, matt acrylic paint, fluorescent paint, metallic paint and crayons.

The handwriting has no touch. The material is framed by tape, stencils and ruler. The texture is matt - except where metallic paint has been applied - and looks more like textile than paint.

This springs from the idea to develop my own imagery from an analytical and detached modus operandi, in which the diversity of my artistic interests can be incorporated.

 

Patterns, hands, attitudes, objects, pieces of furniture, colours, gestures, mouths, clothing, hair styles, noses and eyes are disconnected and made autonomous. This way I can cause the elements with their antipodal meanings to move among one another. Contrasts such as stagnation and movement, reflection and stress, the great rhythm and detail are thus brought together.

 

A.C.

*

For both the paintings and the works on paper, I use a ruler, paint roller, tape, matt and/or metallic acrylic and/or crayon, but this rule may change dependent on the carrier: paper or canvas.

 

My work can be divided into groups, each having its own subject, size and scale. These categories are by no means fixed series, but can be supplemented at any time.

 

By and large my works can be divided into figures in a certain setting, and urban and landscape-oriented constructions. I approach each work as an autonomous identity in itself. There is a mutual exchange of information among the groups, which enables me to effect experiments and developments within the boundaries of those groups.

 

A.C.

A private mirror to the imagination

 

My paintings are based on an intuitive analysis of people in a private sphere. At first sight the figures and interiors may seem to speak for themselves, but my goal is that they are open to many interpretations. The same work should not be seen in the same way by different people.

 

The figures and interiors are painted as patchworks that bring together visual elements from very different origins and angles. These elements embody memories from a formative past. At least, that is the -somewhat misleading - suggestion. In reality the portrayed persons and interiors are nothing more than sets of elements (anchor points) that help the viewer to connect with the painting. These elements are decorative and refer to body shapes (noses) and textile patterns of clothes or furniture upholstery, that can be seen as someone's 'outfit.' However, it is unclear how the outfit has come about, who owns it, or whether it is designed to comfort or smother its tenants. So the paintings become subversive, because the decoration not only to seduces, but also to confronts the viewer with his/her continuously shifting visions of home and self. Home is where the heart is - where the hatred is.

 

The elements in the paintings are organised in a space that changes itsshape with the moods and needs of the viewer. Viewers can silently wander through the various layers in the painting, or on certain tangents in it. They need never justify where they look, there is never a fixed reason for a fixed gaze. I try to achieve in the open what David Lynch's Lost Highway did in the private darkness of a theatre: to provide a mystery that need not be solved, and that need not be foretold. The paintings are just there and tell about events without reason, in a black vacuum.

 

A.C.

 

Mijn schilderijen en werken op papier laten constructies zien die personages, interieurs en delen van een stad als een autonome identiteit neerzetten.

 

De figuren en de stadsfragmenten zijn opgebouwd uit een verzameling van visuele elementen van verschillende oorsprong.

Binnen een schilderij gebruik ik wisselende standpunten. De schilderijen worden daarmee constructies die open staan voor meerdere interpretaties. De lichaamsvormen, neuzen en handen zijn gestileerd, de omgevingskenmerken bestaan uit regelmatig ogende vlakken en patronen.

 

Ik zoek in mijn werk naar het samenvoegen van verschillende standpunten tot een overtuigend beeld. Alles is in principe van hetzelfde belang / telt even zwaar. Ik maak geen onderscheid in tijd of stijl; klassiek, modern, volkskunst, mode, stoffen, architectuur, kunst, strips. Dat wat zich opdringt kristalliseert uit en dwing ik tot elkaar in een schilderij tot een eigen identiteit.

 

Mijn invloeden zijn divers - Giotto, Rogier van der Weijden, Holbein, Zurburán, Matisse, Malevich, Lichtenstein, Jean Brusselmans, Hendrik Werkman, Philip Guston, Saul Steinberg, Yrrah, - ; het ritme in het werk van Alvar Aalto, patronen en speelgoed van Charles & Ray Eames and Alexander Girard (zowel de Eames als Girard waren fervente verzamelaars van volkskunst); strips en graphic novels; kunstnijverheid en volkskunst; wandkleden en stoffen uit diverse tijden en culturen; affiches en boekomslagen.

 

Deze invloeden hebben me gevoed in mijn beeldtaal en gesterkt in waar ik naar zocht. Mijn schilderijen verhouden zich tot de vormgegeven werkelijkheid maar niet in de vorm van een verhaal. Er is eerder sprake van echo's van afgebroken verhaallijnen en connotaties die door de ruimte klinken. De kijkers kunnen dwalen door de diverse geschilderde lagen, of via de raakvlakken waar de lagen convergeren.

 

Er is geen centraal middelpunt in de schilderijen te vinden, alles lijkt even belangrijk. Het zijn ongrijpbare puzzels die zich onmogelijk laten navertellen of zich op een sluitende manier laten verklaren. De schilderijen worden daarmee heldere en autonome constructies die open staan voor meerdere interpretaties.

 

materiaal / transformatie

Zowel mijn schilderijen als de werken op papier (ook de werken in oplage) maak ik met behulp van met verfrollers, kleine penselen, plakband, liniaal, zelfgemaakt sjablonen en stempels. Als materiaal gebruik ik gesso, matte acrylverf, fluorescerende verf, metallic-verf en (kleur)potloden. Het handschrift is zo goed als toetsloos. Het materiaal wordt door plakband, sjablonen en liniaal ingekaderd. De verfhuid is mat -behalve waar metaalverf is ingezet- en oogt eerder als stof dan als een verfhuid. Dit komt voort uit de idee vanuit een analytische en intuïtieve werkwijze een eigen beeldtaal te ontwikkelen waarin de diversiteit van mijn beeldinteresses verwerkt kan worden.

 

Patronen, handen, houdingen, voorwerpen, meubelstukken, kleuren, gebaren, monden, kleding, kapsels, neuzen, ogen worden losgekoppeld en verzelfstandigd. Op deze manier kan ik de elementen met hun tegengestelde betekenissen door en naast elkaar laten bewegen. Tegenstellingen als stilstand en beweging, bezinning en hectiek, het grote ritme en het detail breng ik bij elkaar.

 

A.C.

*

Voor zowel de schilderijen als de werken op papier gebruik ik liniaal, verfroller, tape, matte – en/of metallic acryl en/of kleurpotlood, afhankelijk van de drager kan die regel veranderen: papier of canvas.

Men kan stellen dat mijn werk in groepen is te verdelen. Elke groep heeft zijn eigen onderwerp, formaat en schaal. De groepen zijn geen vaststaande reeksen maar kunnen te allen tijde worden aangevuld.

 

Mijn werken kun je verdelen in personages in een situering en stedelijke en landschappelijke constructies. Elk werk op zich benader ik als een zelfstandige identiteit. Alle groepen wisselen onderling informatie uit. Zo kan ik binnen de grenzen van die groepen experimenteren en doorontwikkelen.

 

A.C.

*

kijken en dwalen

Ik benader mijn schilderijen analytisch en intuitief, helder en plat. Mijn werk gaat over waarnemen; als het ware met een open blik de dingen voor het eerst bekijken.

 

Mijn schilderijen bieden ruimte aan zaken die zich in het stiltegebied afspelen. De ruimtes zijn bedoeld om in te (ver)dwalen. Zoals in de film Lost Highway van David Lynch. Een ongrijpbare puzzel die zich onmogelijk laat navertellen of op een sluitende manier laat verklaren. Een plaats waar de zaken zich poetisch in een zwart vacuum afspelen.

 

ambigu

Verschillende standpunten, invalshoeken, patronen vormen een open structuur. Zoals in het verhaal Ghosts / Schimmen uit The New York trilogie van Paul Auster. Waarin de hoofdpersoon verstrikt raakt in het zowel object als subject zijn.

 

A.C.